ECLI:NL:CRVB:2005:AT7747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na medisch onderzoek
Appellante, een schoonmaakster die uitviel met pols- en schouderklachten, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, waarbij het medisch onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig werd beoordeeld, ondanks dat laatstgenoemde volstond met dossieronderzoek.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en dat het dossieronderzoek onvoldoende zorgvuldig was. De Raad beperkte zich tot de medische grondslag en concludeerde dat het belastbaarheidspatroon juist was vastgesteld, mede op basis van eerdere medische rapporten en onderzoeken. Nieuwe medische informatie na de relevante datum werd niet relevant geacht.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat dossieronderzoek in dit geval niet onzorgvuldig was, gezien het ontbreken van een wettelijke verplichting tot persoonlijk onderzoek en de aanwezige medische gegevens. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, met een kanttekening dat de uitspraak op het punt van arbeidskundige aspecten verbetering behoeft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.