ECLI:NL:CRVB:2005:AT7859

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/6687 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffersArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding aangepaste stoel, medisch vervoer en massage aan burger-oorlogsslachtoffer

Eiseres, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van lichamelijke en psychische klachten, verzocht om vergoeding van een aangepaste stoel, medisch vervoer en massage. De Raadskamer WUBO wees het bezwaar tegen de afwijzing van vergoeding voor de stoel niet-ontvankelijk omdat deze aanvraag bij een andere Raadskamer lag en verklaarde de bezwaren tegen medisch vervoer en massage ongegrond omdat reeds vergoeding bestond.

Eiseres stelde in beroep dat de weigering onterecht was, met name voor de stoel, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit in stand kan blijven. De Raad benadrukte dat de aanvraag voor de stoel bij een andere afdeling lag en dat de zaak complex was geworden, waarbij eiseres geadviseerd werd hulp van derden in te schakelen.

De Raad wees het beroep af en kende geen vergoeding van proceskosten toe. Hiermee blijft de afwijzing van vergoeding voor de stoel, medisch vervoer en massage ongewijzigd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor de stoel, medisch vervoer en massage wordt afgewezen.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/6687 WUBO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Onder dagtekening 30 november 2004, kenmerk JZ/E60/2004, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Tegen dit besluit heeft eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiseres zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft daarop schriftelijk gereageerd.
Het geding is, gevoegd met het geding nr. 04/972 WUV tussen eiseres en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, behandeld ter zitting van de Raad op 9 mei 2005. Aldaar is eiseres niet verschenen, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Blijkens de gedingstukken is eiseres, geboren in 1927, ingevolge haar aanvraag van 13 oktober 2003 bij besluit van verweerster van 4 februari 2004 op grond van lichamelijke (rugklachten, beenklachten, maag- en darmklachten) en psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet. Als zodanig zijn haar ingaande 1 oktober 2003 de toeslag als bedoeld in artikel 19 van Pro de Wet en meerdere bijzondere voorzieningen toegekend, waaronder een vergoeding van de kosten van vervoer voor medische behandelingen en/of consulten en van de kosten van fysiotherapie.
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Na herhaaldelijk contact namens verweerster met eiseres over de vraag op welke gronden dit bezwaar geacht kan worden te berusten, heeft eiseres de bekostiging van een aangepaste stoel, en van medisch vervoer en massage aan de orde gesteld.
Bij het bestreden besluit heeft verweerster het bezwaar ten aanzien van de aangepaste stoel niet-ontvankelijk verklaard, op de grond - samengevat - dat het hier gaat om een bij de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad nog aanhangige zaak waarop het besluit van 4 februari 2004 geen betrekking heeft. De bezwaren ten aanzien van medisch vervoer en massage zijn ongegrond verklaard op de grond - samengevat - dat blijkens het primaire besluit op vergoeding van die kosten al aanspraak bestaat.
In beroep heeft eiseres zich vooral beklaagd over de weigering om haar de aanschafkosten van een speciale stoel te vergoeden.
Ter beantwoording staat de vraag of, gelet op hetgeen door eiseres in beroep is aangevoerd, het bestreden besluit in rechte kan standhouden.
Die vraag kan de Raad niet anders dan bevestigend beantwoorden. Op grond van de gedingstukken staat vast dat de aangepaste stoel in juli 2003 niet bij verweerster maar bij de Raadskamer WUV is aangevraagd. Deze Raadskamer heeft daarop ook beslist en het genomen besluit is aan de orde in de heden gevoegd behandelde zaak nr. 04/972 WUV.
Hetgeen overigens door eiseres in beroep is aangevoerd kan niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden. Dat geldt met name ook de verzuchting van eiseres dat de zaken die zij met verweerster en andere instanties heeft zo gecompliceerd zijn geworden dat zij daarvan, mede vanwege haar slechte gezondheid, niets meer begrijpt. Naar ook bij huisbezoek op
8 november 2004 namens verweerster is aangegeven ligt het op de weg van eiseres om hierover dan hulp van derden in te roepen.
Gezien het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
Beslist wordt derhalve als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2005.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.