ECLI:NL:CRVB:2005:AT8036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waarschuwing wegens niet tijdig aanleveren gegevens bij bijstandsuitkering
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en werden verzocht om aanvullende gegevens te verstrekken. Hoewel het inlichtingenformulier tijdig werd geretourneerd, ontbraken bewijsstukken zoals inschrijving bij het CWI en bankafschriften. Gedaagde schortte de uitkering op en gaf appellanten de kans het verzuim te herstellen. Na herstel werd de uitkering hervat en volstond gedaagde met een schriftelijke waarschuwing zonder maatregel.
Appellanten stelden in hoger beroep dat een waarschuwing alleen gerechtvaardigd is bij willens en wetens handelen met het oog op geldelijk gewin, hetgeen volgens hen niet was vastgesteld. De Raad oordeelde dat artikel 14, derde lid, Abw een waarschuwing toestaat bij relatief geringe verwijtbaarheid zonder benadelingsbedrag, en dat het vereiste van willens en wetens handelen niet aan het geven van een waarschuwing is verbonden.
De Raad concludeerde dat appellanten verwijtbaar hebben gehandeld door niet tijdig alle gevraagde gegevens te verstrekken en dat de waarschuwing in redelijkheid is gegeven. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Breda wordt bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de waarschuwing wegens niet tijdig aanleveren van gegevens zonder oplegging van een maatregel.