ECLI:NL:CRVB:2005:AT8075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig indienen jaaropgave 2000 met toepassing opzet of grove schuld
Appellante heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen een boete opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgave over 2000. De boete bedroeg f 10.000,-- (circa €4.537,80) en werd opgelegd op grond van artikel 12 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en het Boetebesluit werkgevers CSV. Gedaagde kwalificeerde de overtreding als vergrijp vanwege opzet of grove schuld, mede omdat appellante meerdere keren was verzocht de opgave in te dienen zonder resultaat.
De rechtbank Amsterdam had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellante niet binnen de wettelijke termijn de jaaropgave heeft ingediend en ook niet heeft gereageerd op meerdere rappellen. Hoewel appellante erkent in verzuim te zijn geweest, heeft zij geen afdoende verklaring gegeven om grove schuld te ontkennen. De Raad overweegt dat het niet tijdig indienen van de jaaropgave als ernstige nalatigheid kwalificeert en daarmee aan grove schuld gelijkstaat.
Appellante voerde aan dat de boete te hoog was en in strijd met het evenredigheidsbeginsel, en dat recidive alleen geldt bij gelijke overtredingen binnen vijf jaar. De Raad oordeelt dat de boete proportioneel is, gerelateerd aan de hoogte van de premie, en dat recidive ook geldt bij eerdere boetes ongeacht de aard van de overtreding. De Raad ziet geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgave 2000 wordt bevestigd wegens grove schuld.