ECLI:NL:CRVB:2005:AT8135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Gecertificeerd scheepslasser niet in privaatrechtelijke dienstbetrekking en niet verzekeringsplichtig
Appellante, een bedrijf dat zeewaardige reddingsboten bouwt en schepen onderhoudt, schakelde een gecertificeerd scheepslasser in voor gespecialiseerde laswerkzaamheden. Tijdens een looncontrole concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat de lasser in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond, waarna correcties en boeten werden opgelegd.
De rechtbank stelde zich op het standpunt dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst, maar appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de lasser zelfstandig werkt, met eigen apparatuur, zonder samen te werken met het personeel van appellante en onder toezicht van een onafhankelijke certificerende instantie (ABS).
De Raad stelde vast dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een gezagsverhouding bestond, een vereiste voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De besluiten van het UWV werden daarom vernietigd en appellante werd in het gelijk gesteld. Tevens werden de proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en oordeelt dat de gecertificeerd scheepslasser niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staat en niet verzekeringsplichtig is.