ECLI:NL:CRVB:2005:AT8226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieplichtig loon en verzekeringsplicht directieleden bij advisering en managementovereenkomsten
Appellante, actief in advisering en public relations, betwistte de premieplichtigheid van aan haar directieleden uitbetaalde bedragen over de jaren 1998 tot en met 2000. De directieleden waren werkzaam op basis van managementovereenkomsten met hun persoonlijke vennootschappen. De Raad bevestigde dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking met een gezagsverhouding, waardoor de uitbetaalde bedragen als premieplichtig loon moesten worden aangemerkt.
Appellante voerde aan dat vanaf 1 januari 1998 sprake was van gezamenlijk ondernemerschap, waardoor verzekeringsplicht uitgesloten zou zijn. De Raad oordeelde echter dat dit pas vanaf 22 december 2000 het geval was, gezien de aandelenverdeling en statutenwijzigingen. Daarnaast werden verstrekte cadeaus en hotelcheques als loon aangemerkt, omdat de geschenkenvrijstelling reeds was benut en de verstrekkingen een onverplicht karakter droegen.
De opgelegde boetes werden gehandhaafd omdat appellante geen pleitbaar standpunt innam over de verzekeringsplicht van de directieleden. De Raad verwierp de fiscale en premietechnische argumenten van appellante en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de aan directieleden uitbetaalde bedragen premieplichtig loon zijn en wijst het beroep van appellante af.