ECLI:NL:CRVB:2005:AT8230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van eenmansbedrijfjes als onderaannemers in de kassenbouw niet vastgesteld
Appellante, werkzaam als onderaannemer in de kassenbouw, besteedde werkzaamheden uit aan eenmanszaken van betrokkenen. Gedaagde stelde deze betrokkenen als verzekeringsplichtig aan op grond van een arbeidsverhouding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Centrale Raad van Beroep herzag deze beoordeling en stelde dat voor een dienstbetrekking drie voorwaarden gelden: persoonlijke dienstverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding. De Raad concludeerde dat er geen gezagsverhouding bestond, omdat betrokkenen slechts een einddatum kregen en geen aanwijzingen, en zij hun werkzaamheden zelfstandig verrichtten met ondernemersrisico.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit dat betrokkenen als verzekeringsplichtig werden aangemerkt wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gezagsverhouding.