ECLI:NL:CRVB:2005:AT8234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht directeur-grootaandeelhouders en gezagsverhouding bij BV
Appellante, een besloten vennootschap met drie directeur-grootaandeelhouders, stelde zich in hoger beroep tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat twee van deze directeuren verplicht verzekerd waren voor de sociale werknemersverzekeringen over de jaren 1997 tot en met 2000.
Het geschil draaide om de vraag of sprake was van een gezagsverhouding tussen de betrokken directeur-grootaandeelhouders en de vennootschap, mede beoordeeld aan de hand van hun aandelenverhoudingen en de statutaire bepalingen omtrent ontslag in de algemene vergadering van aandeelhouders. De Raad oordeelde dat de directeuren, gelet op hun aandelenbezit, niet zelfstandig hun ontslag konden tegenhouden, waardoor zij in een gezagsrelatie tot de vennootschap stonden.
De Raad verwierp het beroep van appellante dat er sprake zou zijn van een bijzonder geval waarin geen gezagsverhouding zou bestaan, en concludeerde dat de verzekeringsplicht terecht was vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat het UWV de premieheffing niet onrechtmatig had uitgevoerd en dat de verjaringstermijn was gerespecteerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees het beroep af, zonder aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de directeur-grootaandeelhouders verplicht verzekerd waren en wijst het beroep af.