ECLI:NL:CRVB:2005:AT8245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.E. Lysen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij grond- en grasmaaiwerkzaamheden
In deze zaak staat centraal of de werkzaamheden van betrokkene, uitgevoerd in 1996 en 1997 voor appellant, als verzekeringsplichtige arbeid moeten worden aangemerkt. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen betrokkene en appellant. Dit oordeel is gebaseerd op de aanwezigheid van loonbetaling, persoonlijke arbeidsverrichting en een gezagsverhouding.
De Raad overweegt dat betrokkene op uurbasis handmatig grond- en grasmaaiwerkzaamheden verrichtte, die een essentieel onderdeel vormden van de bedrijfsvoering van appellant. Betrokkene diende zich te voegen naar de werkorganisatie van appellant, die verantwoordelijk bleef voor de kwaliteit van het werk. Hoewel het dagelijkse toezicht vaak door een opzichter van de opdrachtgever werd uitgevoerd, maakte dit niet dat appellant geen gezag kon uitoefenen.
De stelling van appellant dat betrokkene als zelfstandig ondernemer kan worden aangemerkt, leidt niet tot een ander oordeel. De Raad benadrukt dat zelfstandigheid niet uitsluit dat voor de verrichte werkzaamheden een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat. De correctienota’s van gedaagde over de jaren 1996 en 1997 zijn dan ook terecht gehandhaafd. De Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan appellant toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkzaamheden als verzekeringsplichtige arbeid gelden en verklaart het hoger beroep ongegrond.