ECLI:NL:CRVB:2005:AT8253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van docenten bij professionele onderwijsinstelling
Appellante, een onderwijsinstituut voor informatica, betwistte de verzekeringsplicht van haar docenten voor sociale werknemersverzekeringen. Gedaagde had dit op grond van artikel 3 van Pro de sociale verzekeringswetten vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellante zich bevindt aan de kant van professionele onderwijsinstellingen die opleidingen verzorgen binnen een strakke organisatie en op een commerciële markt opereren. Dit in tegenstelling tot non-profit instellingen waar een gezagsverhouding minder aannemelijk is. De Raad stelde vast dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat gezagsuitoefening niet mogelijk was.
Hoewel docenten vervanging konden regelen, betekent dit niet dat niet voldaan is aan het criterium van persoonlijke dienstverrichting, aangezien vervangers specifieke kwalificaties moeten bezitten. De intentie van partijen is niet doorslaggevend omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat. Het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de docenten van appellante verzekeringsplichtig zijn voor sociale werknemersverzekeringen.