ECLI:NL:CRVB:2005:AT8256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen boetenota’s, maar heeft nagelaten de gronden van het bezwaar binnen de gestelde termijn in te dienen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft het bezwaar daarom op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Amsterdam heeft dit oordeel bevestigd en overwogen dat het risico van het niet tijdig ontvangen van een afwijzing van een verzoek om termijnverlenging voor rekening van appellante komt.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door vakantie niet tijdig op de hoogte was van de afwijzing van haar verzoek om uitstel, maar de Raad oordeelt dat zij maatregelen had moeten treffen om post tijdens haar afwezigheid te laten behandelen. Ook is niet gebleken dat appellante feitelijk niet in staat was om tijdig gronden in te dienen.
De Raad wijst tevens op een herziening van het besluit op bezwaar door gedaagde, maar benadrukt dat de rechtbank nog moet beslissen over het daarop gerichte beroepschrift. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.