ECLI:NL:CRVB:2005:AT8263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over dienstbetrekking minderheidsaandeelhouders en loonpremies
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch over de vraag of minderheidsaandeelhouders van een vennootschap als gelijkgerechtigde mede-eigenaren kunnen worden aangemerkt en of er sprake is van een dienstbetrekking.
De Raad stelt vast dat de aandelenverdeling zodanig is dat geen sprake is van gelijkgerechtigde mede-eigenaren, mede omdat de minderheidsaandeelhouders niet de mogelijkheid hebben om ontslagbesluiten tegen te houden. De aandeelhouders kunnen hun stem uitbrengen in de algemene vergadering, maar het aantal stemmen is niet gelijk of nagenoeg gelijk verdeeld.
De Raad oordeelt dat de betrokken aandeelhouders daarom in een gezagsverhouding tot de vennootschap staan en dat de premies over de jaren 1997 tot en met 2000 terecht zijn geheven. Daarnaast is sprake van opzet of grove schuld van de werkgever, waardoor boetes terecht zijn opgelegd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat minderheidsaandeelhouders niet gelijkgerechtigde mede-eigenaren zijn en dat premies en boetes terecht zijn opgelegd wegens dienstbetrekking.