ECLI:NL:CRVB:2005:AT8361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de juiste vaststelling van het dagloon bij toekenning van WW-uitkering
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van het dagloon bij de toekenning van een WW-uitkering aan gedaagde. Na een eerste besluit van 26 september 2002 en een daaropvolgend besluit van 24 december 2002, waarbij het gemiddeld aantal arbeidsuren en het dagloon werden vastgesteld, heeft appellant het besluit op bezwaar gewijzigd op 9 oktober 2003. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde tegen beide besluiten gegrond en vernietigde het laatste besluit.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het besluit van 20 oktober 2003 heeft betrokken, terwijl het besluit van 9 oktober 2003 het relevante besluit is dat het eerdere besluit wijzigt. De Raad verklaart het beroep tegen het besluit van 24 december 2002 niet-ontvankelijk omdat gedaagde geen belang meer had bij de beoordeling daarvan.
De Raad toetst vervolgens of het besluit van 9 oktober 2003 in stand kan blijven, waarbij de kernvraag is of appellant het dagloon op juiste wijze heeft berekend volgens artikel 10 van Pro de Dagloonregels IWS. De Raad gaat akkoord met de door appellant gehanteerde methode van evenredige verlaging van het dagloon op basis van het gemiddeld aantal arbeidsuren gedeeld door het gemiddeld aantal dagloonuren, en acht deze niet in strijd met de regels.
De Raad verklaart het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2003 ongegrond en bepaalt dat appellant het betaalde griffierecht aan gedaagde vergoedt. Hiermee wordt het beroep van gedaagde afgewezen en blijft het besluit van 9 oktober 2003 in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2003 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.