ECLI:NL:CRVB:2005:AT8366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over korting en terugvordering WAO-uitkering bij zelfstandige tuinarchitect
Belanghebbende, tuin- en landschapsarchitect en directeur van een BV, viel in 1998 uit met knieklachten en ontving een WAO-uitkering. Het UWV stelde dat zijn inkomsten uit arbeid in 1999 en 2000 zodanig waren dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waardoor korting en terugvordering van de uitkering volgden.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van belanghebbende over de terugvordering, maar verwierp het beroep over de korting. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de WAO-uitkering ten onrechte niet in mindering was gebracht op zijn inkomsten uit de BV en dat de korting met terugwerkende kracht in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad concludeerde dat de WAO-uitkering inderdaad in mindering had moeten worden gebracht op het inkomen, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid hoger was dan vastgesteld. De korting over 1999 was niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, maar over 2000 ontbrak een draagkrachtige motivering, waardoor de besluiten over dat jaar werden vernietigd en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over 2000 en verklaart het beroep over 1999 ongegrond, met veroordeling van het UWV in proceskosten.