ECLI:NL:CRVB:2005:AT8367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies en boetes wegens onbehoorlijk bestuur
Appellant was bestuurder van een BV die failliet werd verklaard en aansprakelijk werd gesteld voor onbetaalde premies en boetes over 1992-1998. De rechtbank oordeelde dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat leidde tot niet-betaling van premies. Appellant stelde dat er geen opzet was en betwistte de schattingsmethodiek van de Belastingdienst.
De Raad overwoog dat zwarte loonbetalingen doelbewust werden gedaan om winst te vergroten en financiële situatie te verlichten, waarmee het causaal verband met onbehoorlijk bestuur vaststaat. De gebruikte guldensteekproef en extrapolatie zijn algemeen aanvaard. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat gedaagde niet bij het compromis met de Belastingdienst betrokken was.
De Raad oordeelde dat de redelijke termijn voor behandeling niet was overschreden vanwege de complexiteit en faillissementsafwikkeling. Het beroep is gegrond voor de vergrijpboete over 1997, die komt te vervallen. Het beroep tegen het besluit van 16 oktober 2001 is niet-ontvankelijk. De Raad veroordeelt het bestuursorgaan in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Appellant is hoofdelijke aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies en boetes, met vernietiging van de boete over 1997 en veroordeling van het bestuursorgaan in proceskosten.