ECLI:NL:CRVB:2005:AT8371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en medische beperkingen zelfstandige slager
Appellant, een zelfstandig slager, ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens schouder-, rug-, nek- en knieklachten. Na melding van vermeende toename van beperkingen werd een onderzoek ingesteld waarbij een orthopedisch onderzoek leidde tot een vaststelling dat de beperkingen onveranderd waren. Appellant stelde dat een reumatologisch onderzoek noodzakelijk was vanwege mogelijke spier- of peesreuma (fybromyalgie).
De bezwaarverzekeringsarts onderschreef het orthopedische onderzoek en stelde dat de diagnose fybromyalgie niet van invloed is op de belastbaarheid. De rechtbank oordeelde dat het arbeidsongeschiktheidscriterium correct was toegepast en dat de medische gegevens voldoende waren om de beperkingen vast te stellen. Het verzoek tot reumatologisch onderzoek werd afgewezen wegens gebrek aan medische onderbouwing.
In hoger beroep werden de gronden van appellant herhaald, maar de Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig was. De Raad oordeelde dat het arbeidskundig onderzoek terecht was achterwege gebleven omdat het belastbaarheidspatroon niet was gewijzigd. Ook werd vastgesteld dat het juiste arbeidsongeschiktheidscriterium was toegepast. De Raad wees het beroep af en bevestigde het besluit.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.