ECLI:NL:CRVB:2005:AT8372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid bij herziening WAO-uitkering wegens beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De medische rapportages van door de rechtbank ingeschakelde deskundigen, waaronder een cardioloog en een zenuwarts, gaven aan dat de belastbaarheid van appellant correct was vastgesteld. De door appellant ingebrachte verklaringen van zijn huisarts en internist boden geen aanleiding tot twijfel aan deze medische beoordeling.
De Raad concludeert dat appellant ondanks zijn beperkingen geschikt is voor de geselecteerde functies en dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door voorzitter C.W.J. Schoor op 21 juni 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en de herziening van de WAO-uitkering rechtvaardigt.