ECLI:NL:CRVB:2005:AT8383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering belastbaarheid
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens schouder-, arm-, maag- en psychische klachten. De uitkering werd vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Na een medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport werd het verlies aan verdienvermogen berekend op 33,4%. De rechtbank oordeelde dat de belastbaarheid juist was ingeschat.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische klachten waren toegenomen en dat de geduide functies te belastend waren. De Raad vond echter geen aanleiding om het medische oordeel te herzien. Wel oordeelde de Raad dat niet alle overschrijdingen van de belastbaarheid bij de functies samensteller voldoende waren toegelicht, met name bij het onderdeel reiken.
De Raad stelde vast dat de motivering waarom een verdergaande belasting bij het reiken in de functies samensteller acceptabel zou zijn, onvoldoende was toegespitst op de situatie van appellant. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit over de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv dient een nieuw besluit te nemen.