ECLI:NL:CRVB:2005:AT8388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste vaststelling dagloon voor WAO-uitkering bij overwerk
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar dagloon voor de berekening van haar WAO-uitkering, omdat zij vond dat de overuren niet voldoende waren meegenomen. De rechtbank Maastricht verklaarde haar beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat gedaagde het dagloon heeft vastgesteld met inachtneming van het bijzonder dagloonbesluit van 1983, waarin de meeberekening van overwerkverdiensten is geregeld. De salarisoverzichten en het overzicht van de voormalige werkgever toonden aan dat de overuren als zodanig waren geregistreerd en uitbetaald.
Appellante beriep zich op artikel 6:610b BW, dat ziet op onduidelijkheid over de omvang van de arbeid, maar de Raad vond dat er geen onduidelijkheid bestond gezien de duidelijke administratie en toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst. Er waren geen gronden om af te wijken van het bestuursrechtelijk besluit. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van het dagloon voor de WAO-uitkering wordt bevestigd.