ECLI:NL:CRVB:2005:AT8391
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1938 in Singapore en opgegroeid in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en toekenning van een toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Haar aanvraag was gebaseerd op ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode, waaronder de arrestatie van haar vader, het schuilen voor bombardementen, het voortdurend moeten vluchten en bedreigingen door Indonesische jongeren.
De Raad overwoog dat de door eiseres genoemde omstandigheden niet voldoende bewijs leverden dat zij direct getroffen was door oorlogsgeweld. De arrestatie van haar vader ging niet gepaard met excessief geweld, het schuilen in de kelder bood voldoende bescherming, en het voortdurend vluchten werd niet aannemelijk gemaakt als levensbedreigend. Ook de bedreigingen door jongeren werden niet als daadwerkelijk gewelddadig beoordeeld.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden die eiseres beschreef algemene oorlogsomstandigheden zijn die niet kwalificeren als directe handelingen of maatregelen gericht tegen haar zoals vereist in artikel 2 van Pro de Wet. Hierdoor kon geen erkenning als burgeroorlogsslachtoffer worden toegekend en was er geen grond voor een toeslag of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij direct getroffen is door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet.