ECLI:NL:CRVB:2005:AT8394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling dagloon WAO-uitkering na val havenwerker
Appellant, een voormalige havenarbeider die na een val van een steiger arbeidsongeschikt werd, ontving sinds 1978 een WAO-uitkering. Zijn dagloon werd in 1995 vastgesteld op fl.173,70, een besluit dat onherroepelijk is geworden. Hoewel appellant sinds 1997 als conciërge werkte, beïnvloedde dit zijn arbeidsongeschiktheidsklasse niet.
In 2001 werd vastgesteld dat appellant volledig arbeidsongeschikt was, met een WAO-uitkering gebaseerd op een dagloon van fl.190,79. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling en stelde dat zijn dagloon te laag was vastgesteld, mede omdat havenarbeiders na 1978 hogere lonen zijn gaan verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Raad dat het eenmaal vastgestelde dagloon in principe alleen jaarlijks wordt verhoogd met een vastgesteld percentage en niet wordt aangepast aan latere loonsverhogingen in de sector. De Raad zag geen reden om af te wijken van deze regel en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon van appellant correct is vastgesteld en wijzigt de uitkering niet.