ECLI:NL:CRVB:2005:AT8469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toerekening WAO-uitkering na overgang advocatenpraktijk
Appellant 1 voerde een advocatenpraktijk als eenmanszaak, welke met personeel werd ingebracht in appellante 2. Betrokkene trad in dienst bij appellant 1, meldde zich ziek en ontving een WAO-uitkering toegekend door gedaagde. Appellante 3 nam per 1 januari 2001 door activatransactie een deel van de advocatenpraktijk over van appellante 2 en zette deze voort met personeel en klanten.
Gedaagde stelde de gedifferentieerde premie voor 2002 vast aan appellante 3, waarbij de aan betrokkene toegekende WAO-uitkering werd betrokken. Appellante 3 maakte bezwaar en ging in beroep, maar rechtbank en Raad verklaarden het beroep ongegrond. Appellanten 1 en 2 werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtstreeks belang hadden bij het besluit.
De Raad bevestigde dat de overgang van de onderneming per 1 januari 2001 plaatsvond en dat de WAO-uitkering terecht aan appellante 3 werd toegerekend. De gronden over de hoogte van de uitkering faalden vanwege het bepaalde in artikel 87e van de WAO. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten 1 en 2 is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit ten aanzien van appellante 3 is bevestigd.