ECLI:NL:CRVB:2005:AT8483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon bij aanspraak op ziekengeld volgens Dagloonregelen
Appellant was werkzaam als tuinbouwmedewerker tot augustus 1995 en meldde zich daarna ziek. Gedaagde stelde het dagloon voor de Ziektewet uitkering vast op €67,42, inclusief vakantietoeslag. Appellant betwistte deze vaststelling en voerde aan dat het dagloon hoger had moeten zijn op basis van overgelegde loonstroken en andere stukken.
De rechtbank had het besluit van gedaagde bevestigd, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dagloon berekend moet worden volgens de Dagloonregelen van de Invoeringswet sociale zekerheid, waarbij het loon in de 26 weken voorafgaand aan het arbeidsverlies wordt betrokken. Omdat over die referteperiode geen loongegevens beschikbaar waren, is het gerechtvaardigd het dagloon te baseren op de meest recente salarisstrook uit 1994, met indexering en vakantietoeslag.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde het dagloon vast op €67,53. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het dagloon wordt vastgesteld op €67,53 en het beroep wordt gegrond verklaard.