ECLI:NL:CRVB:2005:AT8494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.J. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit onvoldoende adequate vervoersvoorziening voor gehandicapte
Appellant ontving sinds 1998 een financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Met ingang van 1 januari 2002 werd een collectief vervoerssysteem (CV) ingevoerd, waarbij appellant werd verplicht hiervan gebruik te maken. Hij maakte bezwaar omdat hij vanwege zijn zwakke conditie en sociale omstandigheden niet van het CV gebruik kon maken.
De gemeente Velsen verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat appellant in staat moest worden geacht het CV te gebruiken en dat het bezoek aan zijn verstandelijk gehandicapte zoon buiten beschouwing kon blijven. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde de Raad vast dat het CV geen deur-tot-deur vervoer buiten de gemeente bood, waardoor appellant niet in staat was zijn sociale contacten adequaat te onderhouden.
De Raad oordeelde dat de gemeente onvoldoende had onderzocht of appellant recht had op een aanvullende vervoersvoorziening, mede gelet op het belangrijke sociale contact met zijn zoon. Het besluit was daardoor onvoldoende zorgvuldig en strijdig met de Wvg en de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen, waarbij ook de proceskosten van appellant werden toegewezen.
Uitkomst: Het besluit van 29 april 2002 wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.