ECLI:NL:CRVB:2005:AT8544

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1051 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.G.M. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Abw
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor huwelijkskosten dochter in Canada

Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor kosten gerelateerd aan het huwelijk van zijn dochter in Canada, waaronder de vliegreis, verblijfkosten, bijdrage aan de huwelijksreceptie en het huwelijkscadeau tot een bedrag van €5.700. De gemeente Groningen wees dit verzoek af, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat de kosten van het huwelijk niet behoren tot de noodzakelijke kosten van het bestaan zoals bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). De stelling van appellant dat hij vanwege niet-werkzaam zijn aangewezen is op bijstand, leidt niet tot een andere beoordeling van bijzondere omstandigheden.

De Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan appellant toe te wijzen en bevestigde de eerdere uitspraak. Hiermee blijft de afwijzing van de bijzondere bijstand voor de huwelijkskosten in stand.

Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor de huwelijkskosten van appellants dochter wordt bevestigd.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1051 NABW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 14 januari 2004, reg.nr. 02/1184 NABW.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 11 mei 2005, waar appellant is verschenen en waar gedaagde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad, mede gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
In verband met het voorgenomen huwelijk van appellants dochter in Vancouver (Canada) heeft appellant op 3 juli 2002 een aanvraag bij gedaagde ingediend om bijzondere bijstand als bedoeld artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) in de kosten van de vliegreis, de verblijfkosten, de bijdrage aan de huwelijksreceptie en het huwelijkscadeau tot een bedrag van € 5.700,--.
Bij besluit van 5 augustus 2002, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 11 december 2002, heeft gedaagde de aanvraag afgewezen.
Bij de - uitvoerig gemotiveerde - aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 december 2002 ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat, gelet op alle omstandigheden van het geval, de aan het huwelijk van appellants dochter verbonden kosten niet behoren tot de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Abw.
Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Hij voegt daaraan toe, dat de stelling van appellant dat hij door toedoen van gedaagde niet werkzaam is in dienstbetrekking (of als zelfstandig adviseur) en daarom is aangewezen op een bijstandsuitkering, wat daarvan op zichzelf ook zij, niet kan leiden tot het oordeel dat - wel - sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 39, eerste lid, van de Abw.
De rechtbank heeft het beroep derhalve terecht ongegrond verklaard, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2005.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) M. Pijper.