ECLI:NL:CRVB:2005:AT8547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon WAO-uitkering ondanks geschil over loontoeslagen
Appellant stelde in hoger beroep dat het vastgestelde dagloon voor zijn WAO-uitkering te laag was omdat niet alle loontoeslagen waren meegenomen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende onderbouwing leverde voor een hoger bedrag aan toeslagen, met name voor avonduren.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant bedragen had opgenomen die buiten de referteperiode vielen en onterecht overwerkvergoedingen had meegerekend. De Raad vond dat appellant onvoldoende concrete gegevens had aangeleverd om de juistheid van de loongegevens van de werkgever te betwijfelen.
Daarmee werd het beroep van appellant verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de berekening van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en wees een toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht af.
Uitkomst: De vaststelling van het dagloon voor de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.