ECLI:NL:CRVB:2005:AT8566
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M.L.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering voor kind van joodse vader zonder aantoonbare vervolgingsschade
Eiseres, geboren in 1941 als kind van een joodse vader en een niet-joodse moeder, vroeg in 1998 een WUV-uitkering aan. Deze werd afgewezen omdat zij zelf geen vervolging had ondergaan en de omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg waren om haar als vervolgde te beschouwen. Ook de zogenoemde tweede generatieproblematiek werd afgewezen omdat er geen verband kon worden gelegd tussen haar klachten en eventuele gevolgen van vervolging bij haar vader.
De Raad beoordeelde medische stukken over de vader, die voornamelijk betrekking hadden op diabetes en enkele aanwijzingen voor psychische problematiek, maar vond deze onvoldoende om een verband met vervolging aan te tonen. Het ontbreken van objectieve medische gegevens over psychische klachten leidde tot de conclusie dat het beroep ongegrond moest worden verklaard.
Eiseres had formele klachten over de procedure, maar deze werden verworpen omdat tekortkomingen waren hersteld en zij zelf de medische stukken had ingebracht. De Raad besloot dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een WUV-uitkering afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsschade bij de vader.