ECLI:NL:CRVB:2005:AT8569
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Toekenning en vaststelling WUV-uitkering natuurlijk kind joodse vervolgingsslachtoffer
Eiser, geboren in 1943, vroeg in 1992 om gelijkstelling met een vervolgd persoon op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Destijds werd dit afgewezen omdat hij niet feitelijk in gezinsverband met zijn vader had samengeleefd. In 2001 vroeg eiser opnieuw gelijkstelling aan, welke in 2003 werd toegekend met ingang van 1 mei 2001, met een uitkering gebaseerd op het minimum.
Eiser betwistte de ingangsdatum en de grondslag van de uitkering. Hij stelde dat de afstammingsgegevens al in 1992 bekend waren en dat de uitkering gebaseerd had moeten worden op zijn inkomen als diskjockey tot 1980. De Raad overwoog dat de ingangsdatum correct was vastgesteld volgens artikel 34 van Pro de Wet, omdat het nieuwe beleid ook kinderen zonder feitelijke gezinsband gelijkstelt.
Met betrekking tot de grondslag stelde de Raad vast dat het vaststellen van het peiljaar een medische aangelegenheid is. Het eerdere standpunt van de geneeskundig adviseur dat 1980 het peiljaar was, kon niet zonder objectieve medische gegevens worden gewijzigd. Het bestreden besluit leed aan een motiveringsgebrek en werd vernietigd.
De Raad bepaalde dat de grondslag van de uitkering moet worden vastgesteld op basis van het inkomen dat eiser als diskjockey in Nederland zou hebben verdiend, en dat verweerster een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerster veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerster moet een nieuw besluit nemen met correcte ingangsdatum en grondslag van de WUV-uitkering.