ECLI:NL:CRVB:2005:AT8819
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering wegens recht op loon na faillissement deurwaarder
Appellant was door de kantonrechter erkend recht te hebben op loon over de periode van 8 september 1995 tot en met 29 maart 1996, waardoor het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) het over deze periode betaalde WW-uitkering heeft teruggevorderd.
Appellant stelde dat vanwege het faillissement van de deurwaarder hij het loon nog niet had ontvangen en dat dit een bijzondere omstandigheid was die tot matiging van de terugvordering had moeten leiden. Tevens betwistte hij de hoogte en motivering van het terug te betalen bedrag.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit alleen de wijze van invordering betrof en dat de terugvordering zelf al eerder rechtsgeldig was vastgesteld. De omstandigheden van appellant konden geen rol spelen bij de invordering. De vastgestelde aflossingsbedragen waren duidelijk gemotiveerd en gebaseerd op wettelijke bepalingen en uitvoeringsregels. De rechtbank had het besluit terecht in stand gelaten, en de Raad bevestigde deze uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en wijze van invordering van de WW-uitkering.