ECLI:NL:CRVB:2005:AT8822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellante, geboren in 1968, ontving vanaf december 2001 een WW-uitkering. Deze werd tijdelijk ingetrokken en later herleefd. Gedaagde legde een korting van 20% op de uitkering op vanwege onvoldoende sollicitatieactiviteiten, specifiek het niet solliciteren in de week van 30 december 2002 tot 6 januari 2003. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep toetste of de korting terecht was opgelegd. De Raad bevestigde dat het redelijk is van een werkloze te verlangen minstens één sollicitatie per week te verrichten. Ondanks de feestdagen en andere omstandigheden had appellante in de betreffende week moeten solliciteren. Zij was hierover adequaat geïnformeerd via brochures en werkbriefjes.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan haar verplichtingen op grond van artikel 24 WW Pro en dat gedaagde terecht een maatregel oplegde conform artikel 27 WW Pro en het Maatregelenbesluit Tica. Er was geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank werd gevolgd en de korting bleef in stand. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.