ECLI:NL:CRVB:2005:AT8843
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiser heeft verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting in voormalig Nederlands-Indië. Hij baseert zijn aanvraag op het meemaken van een bombardement, vlucht naar een andere locatie, het overlijden van zijn moeder en verblijf in een kerk.
Verweerster heeft het verzoek afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat eiser direct betrokken was bij een levensbedreigende gebeurtenis zoals vereist volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Eerder ingediende getuigenverklaringen waren reeds beoordeeld en boden geen nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen.
De Raad overweegt dat de erkenning gebonden is aan de in de wet omschreven gebeurtenissen en dat deze voldoende moeten worden aangetoond. Medische klachten kunnen pas worden beoordeeld nadat oorlogsgeweld is vastgesteld. Het rapport van de behandelend psycholoog is daarom niet relevant voor de toetsing van het besluit.
De Raad benadrukt dat eigen verklaringen van betrokkene zonder objectieve ondersteuning onvoldoende zijn om de gestelde gebeurtenissen als vaststaand te beschouwen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het afwijzende besluit tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.