ECLI:NL:CRVB:2005:AT8858
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering als vervolgde wegens onvoldoende medische invaliditeit
Eiser, geboren in 1933, diende in oktober 2003 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster erkende hem als vervolgde, maar wees de uitkering af omdat eiser niet invalide was door de aan de vervolging gerelateerde ziekten of gebreken, zoals psychische klachten. De lage rug- en maagklachten werden niet toegerekend aan de vervolging.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard op basis van medisch advies. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd, en dat geen medische gegevens zijn aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Het standpunt van eiser dat rugklachten voortkomen uit het slapen op de grond tijdens internering wordt niet ondersteund door de medische rapporten.
De Raad concludeert dat het beroep ongegrond moet worden verklaard en dat geen grond bestaat voor proceskostenvergoeding. Het besluit van verweerster blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag periodieke uitkering als vervolgde wordt afgewezen.