ECLI:NL:CRVB:2005:AT8967
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vervolging of gelijkstelling
Eiser, geboren in Nederlands-Indië, vroeg in 2003 een uitkering aan als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting als wees onder moeilijke omstandigheden heeft geleefd nadat zijn moeder gevangen werd genomen. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat eiser vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet, noch dat zijn situatie vergelijkbaar was met vervolging.
De Raad overwoog dat onder vervolging wordt verstaan vrijheidsberoving door de vijandelijke bezetter op grond van bepaalde gronden, met inbegrip van opsluiting in kampen of gevangenissen. Vast stond dat eiser geen vrijheidsberoving had ondergaan. De Raad toetste terughoudend het discretionaire besluit van verweerster om eiser niet met een vervolgingsslachtoffer gelijk te stellen, omdat de omstandigheden waaronder hij leefde niet als vergelijkbaar met vervolging konden worden beschouwd.
De Raad vond het aannemelijk dat het wegvoeren van de moeder niet gepaard ging met excessief geweld en dat zij na de oorlog terugkeerde. Ook waren de armoedige leefomstandigheden van eiser niet uitzonderlijk in negatieve zin. Daarom bleef het besluit van verweerster in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van zijn aanvraag als vervolgingsslachtoffer blijft in stand.