ECLI:NL:CRVB:2005:AT8968
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vervolging en nationaliteitsvereisten
Eiseres, geboren in 1938, vroeg in augustus 2003 een periodieke uitkering en bijzondere voorzieningen aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat haar vader tijdens de Japanse bezetting krijgsgevangen werd genomen en overleed in Birma, waarna zij en haar familie in armoede achterbleven en zij psychische en lichamelijke klachten ontwikkelde.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiseres zelf vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet, en omdat zij niet voldeed aan de nationaliteits- en vestigingseisen. De Raad overwoog dat onder vervolging wordt verstaan vrijheidsberoving door opsluiting in kampen of gevangenissen onder de vijandelijke bezetter, hetgeen niet op eiseres van toepassing was omdat zij met haar familie in een kampong verbleef zonder vrijheidsberoving.
Ook de gelijkstelling met een vervolgingsslachtoffer op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet werd afgewezen omdat eiseres niet aan de vereisten voldeed en geen sprake was van vervolging. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kon blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de criteria voor toekenning van een uitkering als vervolgingsslachtoffer.