ECLI:NL:CRVB:2005:AT9074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde Wajong-uitkering bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een Wajong-uitkering die later werd aangepast vanwege werkzaamheden die hij verrichtte, waardoor zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd herzien. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de besluiten evident onjuist waren en dat er dringende redenen waren om niet terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat de kortingsbesluiten van 14 november 2001 rechtens onaantastbaar zijn en dat de terugvordering op grond daarvan terecht is. Er was geen sprake van een bijzonder geval dat het vertrouwensbeginsel zou schenden, noch van onzorgvuldig handelen door het UWV.
Verder oordeelde de Raad dat de financiële consequenties van de terugvordering niet onaanvaardbaar zijn en dat het beroep op vertraagde besluitvorming niet tot een dringende reden leidt. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De terugvordering van circa €3.800 blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van circa €3.800 en wijst het beroep van appellant af.