ECLI:NL:CRVB:2005:AT9118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking en vergrijp met opgelegde boeten door Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin werd vastgesteld dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen appellante en betrokkenen. De rechtbank oordeelde tevens dat de opgelegde boeten terecht waren opgelegd wegens een vergrijp en dat deze boeten proportioneel waren gezien de ernst en verwijtbaarheid van de overtreding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld zonder dat partijen verschenen op de zitting. De Raad heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven en bevestigd dat de door appellante aangevoerde gronden, waaronder het betwisten van de beloning en gezagsrelatie, niet leiden tot vernietiging van het besluit.
Verder concludeert de Raad dat er geen gronden zijn om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep wordt derhalve ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.