ECLI:NL:CRVB:2005:AT9122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing anoniementarief bij niet-naleving identificatieplicht in loonadministratie
Tijdens een boekenonderzoek in 2003 is vastgesteld dat appellante in 2002 niet voldeed aan de verplichting om afschriften van identiteitsbewijzen van drie werknemers in de loonadministratie op te nemen, zoals vereist door de Wet SUWI en de Wet op de identificatieplicht (Wid). Ondanks twee verzoeken van gedaagde heeft appellante deze documenten niet binnen de gestelde termijn aangeleverd.
Hierdoor heeft gedaagde het loon van appellante gebruteerd met het anoniementarief van 60%, zoals voorgeschreven in artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964. Appellante maakte bezwaar tegen deze correctie, maar dit werd ongegrond verklaard door gedaagde en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep erkent appellante het niet-naleven van de verplichting en het te laat aanleveren van de documenten. Zij betoogt dat het anoniementarief disproportioneel is en dat de Belastingdienst geen gevolgen verbindt aan het onderzoek van gedaagde, waardoor sprake zou zijn van strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelt dat het niet voldoen aan de verplichting tot opname van afschriften in de loonadministratie een overtreding van artikel 55, derde lid, Wet SUWI inhoudt, waardoor gedaagde terecht het anoniementarief toepaste. De brief van de Belastingdienst leidt niet tot een andere conclusie. De handelwijze van gedaagde is niet in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellante af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van het anoniementarief wegens het niet tijdig aanleveren van identiteitsbewijzen.