ECLI:NL:CRVB:2005:AT9126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale premies bij inlening personeel
Appellant exploiteert een glastuinbouwbedrijf en maakte in 1998 en 1999 gebruik van werknemers van het uitzendbureau Allzend. Uit onderzoek bleek dat Allzend premies voor sociale verzekeringen niet had afgedragen. Gedaagde stelde appellant op grond van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk voor deze premies.
De rechtbank oordeelde eerder dat deze aansprakelijkheid terecht was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van inlening omdat de werknemers van Allzend niet onder zijn leiding en toezicht zouden hebben gewerkt, maar onder de voorman van Allzend vanwege taalproblemen en deskundigheid.
De Raad overweegt dat uit de stukken blijkt dat er een uurloon werd afgesproken en per uur werd gefactureerd, wat duidt op inlening van personeel. Appellant kon niet aantonen dat er geen inlening was. De Raad stelt vast dat appellant wel leiding en toezicht uitoefende, ook al gebeurde dit steekproefsgewijs. De aanwezigheid van een voorman die de aanwijzingen vertaalde doet hieraan niet af. De werkzaamheden waren eenvoudig van aard, wat het steekproefsgewijs toezicht rechtvaardigt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de grieven van appellant af. De aansprakelijkheid blijft gehandhaafd voor de niet-betaalde premies over 1998 en 1999. De Raad ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant voor de niet-betaalde premies van Allzend over 1998 en 1999.