ECLI:NL:CRVB:2005:AT9138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor niet-afgedragen premies bij inlening personeel uitzendbureau
Appellant exploiteert een glastuinbouwbedrijf en maakte in 1998 en 1999 gebruik van werknemers van het uitzendbureau Allzend. Uit onderzoek bleek dat Allzend premies voor sociale verzekeringen niet had afgedragen. Gedaagde stelde appellant op grond van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk voor deze premies.
De rechtbank oordeelde eerder dat deze aansprakelijkheid terecht was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van inlening omdat de werknemers van Allzend niet onder zijn leiding en toezicht stonden, maar de Raad oordeelde dat aanwijzingen vooraf en steekproefsgewijze controles voldoende zijn om aan het vereiste van leiding en toezicht te voldoen.
De Raad benadrukte dat het bewijs voor het ontbreken van inlening bij de inlener ligt en dat appellant dit niet kon leveren. De aard van de werkzaamheden werd als eenvoudig beoordeeld, en de aanwezigheid van een voorman van Allzend werd niet vastgesteld. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant voor de premieschulden van het uitzendbureau Allzend over 1998 en 1999.