ECLI:NL:CRVB:2005:AT9141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor niet-afgedragen premies bij inlening personeel in glastuinbouwbedrijf
Appellante exploiteert een glastuinbouwbedrijf en maakte in 1998 en 1999 gebruik van werknemers van Allzend Uitzendbureau B.V. Uit onderzoek bleek dat Allzend premies voor sociale werknemersverzekeringen niet had afgedragen. Gedaagde stelde appellante op grond van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk voor deze premies.
De rechtbank oordeelde eerder dat appellante terecht aansprakelijk was gesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van inlening, omdat de werknemers van Allzend niet onder haar leiding en toezicht stonden, maar zelfstandig werkten en instructies kregen van een voorman van Allzend.
De Raad overwoog dat uit de stukken blijkt dat er sprake was van inlening van personeel, waarbij het werk werd uitgevoerd onder leiding en toezicht van appellante. Dit bleek onder meer uit de afspraken over uurloon, facturering, controles en aanwijzingen door appellante, en het feit dat een werknemer van Allzend door appellante werd weggestuurd. De Raad verwierp het verweer van appellante en bevestigde de hoofdelijke aansprakelijkheid.
De Raad liet grieven over aanneming van werk buiten beschouwing omdat het besluit alleen over inlening ging. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellante voor de niet-afgedragen premies over 1998 en 1999 wegens inlening van personeel.