ECLI:NL:CRVB:2005:AT9161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van looncorrecties en boetenota's ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellante maakte bezwaar tegen correctienota's en boetenota's over de jaren 1998 tot en met 2000, die voortvloeiden uit een looncontrole in 2001. De controle wees uit dat dagen met uitkering in verband met het vakantiefondssysteem ten onrechte als loondagen waren aangemerkt en dat onbelaste reiskostenvergoedingen van drie werknemers niet correct waren onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij mocht vertrouwen op een eerdere looncontrole uit 1994 of op toezeggingen van de looninspecteur in 2002. De Raad in hoger beroep bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de eerdere controle en de communicatie met de inspecteur geen bindende verwachtingen konden scheppen.
De Raad benadrukte dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt bij onvoldoende bewijs van ondubbelzinnige en schriftelijke toezeggingen en dat de kwalificatie van opzet of grove schuld niet noodzakelijkerwijs duidt op handelen te kwader trouw. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boetenota's gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de looncorrecties en boetenota's en wijst het beroep van appellante af.