ECLI:NL:CRVB:2005:AT9223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor aanschaf wasmachine en stofzuiger
Appellant, geboren in 1956, ontvangt sinds 1997 een bijstandsuitkering en verzocht op 30 oktober 2001 om bijzondere bijstand voor de aanschaf van een wasmachine en stofzuiger. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af omdat appellant niet tot de in het gemeentelijke beleid aangewezen categorieën behoorde die bijzondere omstandigheden hebben.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij vanwege zijn langdurige bijstandsafhankelijkheid en negatieve vermogenspositie in vergelijkbare omstandigheden verkeert als de genoemde doelgroepen, en dat het beleid discriminerend is. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat het categoriale beleid gebaseerd is op artikel 39, tweede lid, van de Algemene bijstandswet en dat het onderscheid objectief en redelijk is gerechtvaardigd, mede gelet op activeringsoverwegingen en de reïntegratiemogelijkheden van appellant. De Raad achtte de situatie van appellant onvoldoende vergelijkbaar met de doelgroepen die bijzondere bijstand ontvangen en wees het beroep af.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en bevestigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2003.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor aanschaf wasmachine en stofzuiger wordt bevestigd omdat appellant niet tot de aangewezen categorieën behoort.