ECLI:NL:CRVB:2005:AT9318
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afwijzing bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht woonadres
Verzoeker ontving sinds 1997 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Naar aanleiding van een vermoeden dat verzoeker niet langer woonachtig was op het opgegeven adres, voerde de gemeente ’s-Gravenhage een onderzoek uit, inclusief een huisbezoek op 12 mei 2003. Hieruit bleek dat verzoeker geen persoonlijke eigendommen kon tonen en de kamer niet bewoond leek, wat leidde tot de conclusie dat verzoeker niet op het opgegeven adres woonde.
Op grond hiervan beëindigde de gemeente de bijstandsuitkering met ingang van 1 mei 2003. Een nieuwe aanvraag van verzoeker werd afgewezen omdat hij geen nieuwe of aanvullende gegevens verstrekte die een recht op bijstand konden rechtvaardigen. De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond, hetgeen in hoger beroep werd bevestigd.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de onderzoeksgegevens toereikend zijn en dat verzoeker de inlichtingenplicht heeft geschonden door onjuiste informatie te verstrekken over zijn woonadres. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering werd terecht beëindigd wegens schending van de inlichtingenplicht over het woonadres en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.