ECLI:NL:CRVB:2005:AT9350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van overwerk bij vaststelling Ziektewet-dagloon van constructeur
Appellant trad op 1 juni 2002 in dienst als constructeur bij een werkgever en werd op 13 mei 2003 arbeidsongeschikt. De arbeidsovereenkomst eindigde per 31 mei 2003. Het UWV stelde het Ziektewet-dagloon vast zonder rekening te houden met overwerk, wat appellant betwistte omdat hij structureel overuren maakte die volgens hem inherent waren aan zijn functie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat de overuren voortkwamen uit organisatorische keuzes van de werkgever en niet inherent waren aan de functie. In hoger beroep bevestigde de Raad deze lijn en stelde dat vergoeding voor overwerk niet bij het dagloon mag worden betrokken volgens de Algemene Dagloonregelen ZW.
De Raad benadrukte dat overwerk niet kan worden aangenomen als de werknemer verplicht is meer uren te werken op grond van de arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsovereenkomst, of als het meer werken inherent is aan de functie. In dit geval was het overwerk ingegeven door organisatorische omstandigheden en niet inherent aan de functie. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verwierp het beroep van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het dagloon wordt vastgesteld zonder overwerk mee te rekenen.