ECLI:NL:CRVB:2005:AT9360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellant is hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies van de besloten vennootschap over de jaren 1993 tot en met 1996, 1999 en 2000. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard voor de jaren 1999 en 2000, maar ongegrond voor de overige jaren. De Raad bevestigt dat appellant als (mede-)directeur verantwoordelijk is voor kennelijk onbehoorlijk bestuur, omdat er zwarte lonen zijn uitbetaald in de jaren 1993-1996.
De Raad oordeelt dat de melding van betalingsonmacht uit 1998 rechtsgeldig was en dat de aansprakelijkheid terecht is getoetst aan artikel 16d, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. De brief van 2000 toont aan dat er ten tijde van de aansprakelijkstelling geen betalingsregeling meer bestond. De slechte financiële positie van de vennootschap doet niet af aan het causaal verband tussen het onbehoorlijk bestuur en het niet betalen van premies.
Appellant's bezwaar dat hij niet aansprakelijk kan worden gesteld vanwege een betalingsregeling wordt verworpen. Ook is geen sprake van schending van het hoorrecht, omdat appellant geen verzoek tot horen heeft ingediend. De Raad bevestigt het eerdere oordeel dat de aansprakelijkheid terecht is vastgesteld en wijst de klachten van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aansprakelijkheid van appellant voor onbetaalde premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.