ECLI:NL:CRVB:2005:AT9434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige grondslag
Appellante, werkzaam als strijkster, viel in 1996 uit wegens hoofdpijn- en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige stelde het UWV dat zij geschikt was voor vijf alternatieve functies zonder verlies van verdiencapaciteit. Op basis hiervan werd haar WAO-uitkering per 11 februari 2002 ingetrokken.
Appellante voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, met onvoldoende aandacht voor haar medische toestand en taalbeheersing. De Raad oordeelde dat het medisch oordeel juist was, maar stelde vast dat de arbeidskundige motivering onvoldoende was, met name omdat de functie van strijker/perser, die overeenkomt met haar oude werk en belast is met tijdsdruk, onterecht werd voorgesteld als passend.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar ongegrond verklaarde. Het UWV werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en tot vergoeding van de proceskosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige motivering.