ECLI:NL:CRVB:2005:AT9439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij verlies verdiencapaciteit 15-25%
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar WAO-uitkering in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar werd de uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% per 18 december 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar wees het beroep tegen het herzieningsbesluit van 17 oktober 2002 af. Appellante ging in hoger beroep tegen deze afwijzing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het oordeel van de rechtbank standhoudt. De Raad acht de vastgestelde belastbaarheid en het verlies aan verdiencapaciteit van 15 tot 25% juist, mede omdat de ingediende psychologische en arbeidskundige rapportages onvoldoende aantonen dat de vaststelling onjuist is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad bevestigt daarmee de herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.