ECLI:NL:CRVB:2005:AT9548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag op grond van toepassing Koppelingswet bij niet-rechtmatig verblijf
Appellant, van Marokkaanse nationaliteit, heeft in Nederland gewerkt en een periode een uitkering ontvangen. Hij werd uitgezet in 1995, keerde terug in 1996, en werkte zonder tewerkstellingsvergunning in 1998. Appellant vroeg op 2 december 1998 een verblijfsvergunning aan, die pas met terugwerkende kracht vanaf 3 december 2001 werd verleend.
De Sociale verzekeringsbank weigerde kinderbijslag over het derde en vierde kwartaal van 1998 en het eerste kwartaal van 1999 omdat appellant niet verzekerd was ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) vanwege zijn verblijfstatus. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de Koppelingswet onverkort op appellant van toepassing is omdat hij pas na 1 juli 1998 een verblijfsvergunning heeft aangevraagd en niet behoorde tot de uitzonderingsgroep die rechtmatig verbleef op die datum. Appellant was op de peildata niet rechtmatig in Nederland en dus niet verzekerd voor de AKW. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens niet-rechtmatig verblijf en toepassing van de Koppelingswet.