ECLI:NL:CRVB:2005:AT9734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid minder dan 15%
Appellante, voormalig schoonmaakster, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Op basis hiervan werd haar uitkering ingetrokken per 30 januari 2002.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische feiten en omstandigheden wezen op volledige arbeidsongeschiktheid en dat zij niet in staat was gangbare arbeid te verrichten. Tevens stelde zij dat de bezwaarverzekeringsarts haar niet zelf had onderzocht.
De Raad overwoog dat de eigen opvatting van de verzekerde niet beslissend is en dat het dossieronderzoek door de bezwaarverzekeringsarts niet zonder meer onzorgvuldig is. Er waren geen aanwijzingen dat het oordeel van de rechtbank onjuist was of dat nader medisch onderzoek noodzakelijk was. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% wordt bevestigd.