ECLI:NL:CRVB:2005:AT9737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten bijstandsaanvraag wegens ontbreken recente bankafschriften
Appellanten dienden op 22 januari 2002 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Utrecht. Deze aanvraag werd op 26 februari 2002 buiten behandeling gelaten omdat appellanten niet vóór 21 februari 2002 de gevraagde recente afschriften van hun Marokkaanse bankrekening hadden overgelegd.
Gedaagde had appellanten op 6 februari 2002 schriftelijk in de gelegenheid gesteld om de aanvraag aan te vullen met de bankafschriften, met de waarschuwing dat bij niet tijdige aanlevering de aanvraag niet verder behandeld zou worden. Appellanten hadden ook eerder op 24 januari 2002 een lijst ontvangen waarop stond dat bankafschriften van de laatste drie maanden moesten worden overgelegd.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad oordeelt dat de gevraagde bankafschriften essentieel zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet over deze gegevens konden beschikken.
Ook een door appellanten overgelegde brief van de bank, die een historisch overzicht tot 30 september 2001 bevatte, bood onvoldoende inzicht in de transacties. De Raad concludeert dat gedaagde terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de aanvraag om bijstand buiten behandeling mocht worden gelaten wegens het niet tijdig overleggen van recente bankafschriften.